Rioolheffing nieuw middel voor verduurzaming

Nee, een tegeltaks mag het absoluut niet meer heten. Toch studeren gemeenten op de mogelijkheid om via meer differentiatie in de rioolheffing de lokale duurzaamheid een impuls te geven.

Proefballonnetje
Vorig jaar was het de gemeente Aalburg die er als eerste mee op de proppen kwam: een extra belasting voor elke stoeptegel in de achtertuin. In Duitsland hebben ze die al jaren. Maar het proefballonnetje van wethouder Pim Bouman (duurzaamheid, Belangen Aalburgse Burgers) oogstte veel protest. Vooral uit nationale hoek, overigens. Volgens een opiniepeiling bleek dat één op de drie Aalburgse burgers er wel mee kon leven.

Juiste methode
Niettemin stelde de gemeente Aalburg de plannen vervolgens uit. Volgens Bouman onderschrijven veel burgers na de eerdere wateroverlast die de gemeente trof wel degelijk het belang van duurzamere rioolheffingen. ‘Alleen vragen we ons af of burgers voor hun tegels bestraffen nu wel de juiste methode is. Ook vereist de controle erop veel gemeentelijke capaciteit.’

Bewoners belonen
In plaats van een extra belasting voor betegelde tuinen overweegt de gemeente nu een beloning (in de vorm van een lagere rioolheffing) in te stellen voor bewoners die tegels verwijderen. ‘Belonen werkt beter dan bestraffen. En dan hoef je alleen maar bij die tuinen te controleren of de door de bewoner vermelde acties ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd.’ Aalburg fuseert per 1 januari met de gemeenten Woudrichem en Werkendam tot de nieuwe gemeente Altena. Volgens Bouman kan de nieuwe vorm van heffen op z’n vroegst medio 2020 worden ingevoerd.

Lokale opvang
Vermoedelijk is minstens één andere gemeente Altena dan al voor: Son en Breugel. Deze week wordt een voorstel in het college besproken om de rioolheffing te differentiëren. ‘Nee, we willen zeker geen tegeltaks’, geeft een woordvoerder aan. ‘Het gaat ook hier om het belonen van duurzaam gedrag van bewoners die hun terreinen afkoppelen van het riool en voor lokale opvang van hemelwater zorgen.’

Lastige klus
Altena en Son en Breugel krijgen steun van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) die deze maand naar buiten kwam met een inventarisatie van de rioolheffing ‘als instrument om duurzaamheidsdoelen te realiseren. Daarin wordt ook geconcludeerd dat ‘het exact bepalen van het afvoerend oppervlak [als maatstaf voor de rioolheffing, red] een lastige en soms arbitraire klus is’. De VNG suggereert met bandbreedtes te gaan werken of met een digitaal loket waar bewoners en bedrijven zelf informatie over hun oppervlak kunnen aanleveren.

Forfaitaire benadering
Als andere optie suggereert de VNG een ‘forfaitaire benadering’, vergelijkbaar met de toeristenbelasting. Bewoners zouden dan worden aangeslagen voor de gemiddelde mate van verharding in een bepaald gebied. Wie meent daar met zijn tuin een stuk gunstiger bij af te steken, kan voor een lagere heffing in aanmerking komen.

Vier duurzaamheidsdoelen
De VNG onderscheidt in de inventarisatie vier mogelijke duurzaamheidsdoelen van rioolheffingen. Waterbesparing (al blijkt een hogere waterprijs in de praktijk nauwelijks tot minder gebruik te leiden). Schoon water: door te voorkomen dat grote hoeveelheden hemelwater in het riool belanden (waardoor het zuiveringsrendement omlaag gaat en de kosten omhoog). Het beperken van wateroverlast door de hoeveelheid verhard oppervlak terug te dringen en – als laatste – het terugdringen van droogte door in langdurige periodes zonder regen meer water beschikbaar te houden.

Bron: www.binnenlandsbestuur.nl